Bij de naam ‘Stephan Destrooper’ loopt het water je spontaan in de mond. Niet alleen dankzij zijn bakkerij in Sint-Idesbald, maar steeds meer ook door zijn onweerstaanbare Mello cakes. Want eerlijk: wie ze geproefd heeft, wil geen andere meer. Achter dat zoete succes schuilt een vakman met een passie voor zijn stiel: de patissier beheerst zijn ambacht tot in de puntjes en maakte er zijn levenswerk van. Vandaag is Stephan een ondernemer pur sang: naast de bakkerij en de chocolaterie runt hij tegenwoordig nog een extra atelier voor zijn zuurdesembroden, Gentiel.
Van kleine bakker tot groot succes
We spreken af met Stephan in zijn bakcentrum in Veurne. Van hieruit vertrekken zijn verse zuurdesembroden richting horecazaken en restaurants aan de kust. Maar wat ons meteen in het oog springt? De meterslange Mello cake-dozen, netjes gestapeld aan de ingang. Stephan Destrooper kennen we al lang niet meer enkel als bakker, maar ook als ambitieuze ondernemer. Zijn ambitie en liefde voor patisserie kreeg hij met de paplepel mee van zijn grootvader, Jules Destrooper, bij wie hij vijf jaar lang het vak leerde. Zijn succesverhaal kreeg vijftien jaar geleden een stevige boost. “Voor een tv-programma maakte ik Mello cakes, maar dan met een eigen twist. De ochtend na de uitzending stond er plots een lange rij voor mijn bakkerij, iedereen wilde ze proeven”, vertelt hij. En dat verbaast ons niets.
Groeien met smaak
“Aanvankelijk wilde ik één Mello cake maken voor elke West-Vlaming, goed voor een miljoen per jaar. Maar gaandeweg zijn we blijven groeien”, zegt Stephan. Vandaag rollen er jaarlijks zo’n 4,5 miljoen Mello cakes uit het atelier. “Wist je dat er elke zeven seconden ergens iemand een Mello cake van ons eet?” Al snel werd de vraag te groot voor de bakkerij in Sint-Idesbald, waardoor uitbreiding naar een nieuw atelier noodzakelijk werd. Die groei kwam er echter niet van vandaag op morgen. Intussen staat Stephan er ook niet meer alleen voor. Medewerkers zijn mee ingestapt in het bestuur en achter de schermen werkt een professioneel management- en operationeel team. “Mijn opa zei altijd: je moet eerst delen voor je kan vermenigvuldigen", glimlacht hij. Door bewust een stuk van het bedrijf uit handen te geven, creëert Stephan ruimte om verder te bouwen aan zijn verhaal.
De magie van Mello
Stephan hoeft ons geen twee keer te vragen om zijn chocoladeatelier te bezoeken. Met aanstekelijk enthousiasme gidst hij ons door het hele proces, terwijl de geur van chocolade ons meteen omarmt. “Ik moet eerlijk zijn: de Mello cakes smaken vandaag nog beter dan in het begin, omdat alles nu perfect op punt staat”, vertelt hij. Na de rondleiding mogen we zelf proeven. En wat blijkt? Een verse Mello cake met nog warme chocolade smaakt nóg lekkerder. Stephan zelf heeft ook een duidelijke favoriet in zijn assortiment: “Ik ga altijd voor de witte Mello cake. Dat contrast tussen zoete chocolade en een licht hartige koek blijft uniek.” De houdbaarheid van een doosje Mello cakes? Zes maanden. Al moeten we bekennen: bij ons overleven die vier koekjes nog geen vijf minuten.
Honger naar meer
Voor Stephan zijn de lovende reacties op zijn desserts allesbehalve een eindpunt. Achteroverleunen staat niet in zijn woordenboek. Naast vertrouwde klassiekers als salted caramel, speculoos en mokka blijft hij voortdurend op zoek naar nieuwe, verrassende smaakcombinaties. Na geslaagde samenwerkingen met onder meer Plopsaland en Cointreau blikt hij alweer vooruit. “Een Mello cake met Baileys wil ik graag nog proberen. In Engeland is daar een enorm publiek voor.” Intussen vinden liefhebbers tot ver buiten onze landgrenzen hun weg naar zijn zoete creaties. Na Frankrijk en Engeland lonken nu ook Japan en de Verenigde Staten, en die internationale groei vraagt om extra ruimte. “In 2028 openen we een nieuwe fabriek in Veurne. De vraag blijft stijgen, en dus willen we kunnen volgen”, vertelt Stephan. Maar zijn ambities reiken verder dan vandaag. “Ik wil dat mijn Mello cakes over honderd jaar nog altijd bestaan”, zegt hij vastberaden.