Een dag op roadtrip langs de kust, met een architect als gids. Waar ik als kind nog wisselde tussen mijn droomjobs, van actrice tot dokter, wist mijn grote broer het al heel lang. Hij zou architect worden. Terwijl ik naar etalages tuurde (en dat eigenlijk nog steeds mijn favoriete hobby is), zag hij parels van huizen. Ik las Bart Moeyaert, hij dook in architectuurmagazines. Ik ben Caroline Capoen, lerares en graadcoördinator in het Immaculata in De Panne en vandaag trek ik samen met mijn broer op pad langs de kust. Van een iconisch huis in Nieuwpoort tot een jarenvijftigbungalow waar hij stiekem van droomt. Onderweg leer ik vooral anders kijken naar de kust die ik dacht te kennen.
Een iconische wijk
Onze eerste stop brengt ons naar de Simliwijk in Nieuwpoort en de ogen van mijn broer lichten meteen op. We dwalen terug naar zijn studies architectuur in Gent en belanden zo bij het iconische huis van architect Peter Callebout. Hij bouwde het in 1956 voor zichzelf en woonde er tot 1969, een sobere woning waarin hout, baksteen, glas en grote muuropeningen samenkomen. Callebout ontwierp trouwens meerdere woningen in deze wijk, die vandaag geldt als een bijzonder voorbeeld van modernistische kustarchitectuur. “Kijk hoe het met de duinen meewerkt”, zegt mijn broer. “Ze probeert niet boven haar omgeving uit te steken, maar lijkt er bijna in te verdwijnen.” Ik fantaseer hoe Callebout hier vroeger door zijn tuin liep, naar zijn grote ramen keek en dacht dat het goed was.
Nostalgie uit mijn kindertijd
“En weet je nog dat we vroeger op zondag naar Oostende gingen?”, vraagt hij wanneer we weer in de auto stappen. Natuurlijk weet ik dat nog. Ik zie George Grards Dikke Mathilde voor me, liggend in het gras. Mijn broer keek blijkbaar liever naar het imposante gebouw aan de overkant van de parking. De Grote Post werd tussen 1947 en 1953 gebouwd naar een ontwerp van architect Gaston Eysselinck. Het modernistische gebouw kreeg bij zijn ontstaan niet bepaald een warm welkom wegens te industrieel en te weinig passend bij de stad. Vandaag is het voormalige postgebouw een cultuurhuis en een van de architecturale blikvangers van Oostende. We gaan richting de lokettenzaal, waar het hem vooral om het licht gaat. Geen spectaculaire lampen, maar daglicht dat via de architectuur indirect de ruimte binnenvalt. We drinken er koffie. Hij kijkt naar de ruimte, ik kijk naar hem. Misschien is dat wel het leukste aan deze dag: gebouwen die ik vroeger gewoon voorbijliep, krijgen vandaag een verhaal.
De zwarte doos
Daarna gaat het richting Knokke. Mijn ogen fonkelen wanneer we het Zwart Huis naderen. Meteen ben ik weer even een kind: een ijsje in de hand, daar naast die zwarte doos. Dit ontwerp van architect Huib Hoste werd in 1924-1925 gebouwd voor dokter Reimond De Beir. Hoste was een belangrijke pionier van de moderne architectuur in België en brak bewust met de imposante kustvilla’s van zijn tijd. “Kijk”, begint mijn broer, “de zwarte gevel, de rode terracottasokkel en de groene en witte raamkaders vormen samen een bijna abstract schilderij.” Wat in Hostes tijd te radicaal was, is vandaag een architecturale parel. Dat is wat onze kust zo bijzonder maakt; sommige gevels vertellen hoe onze manier van wonen, bouwen en kijken door de jaren heen veranderde.
Waar de duinen binnenkomen
Op de terugweg neemt mijn broer me mee naar een andere architecturale favoriet, Foucart. Een woning die in de jaren dertig werd ontworpen door Jean-Jules Eggericx en later werd verbouwd en uitgebreid door het Brugse architectenbureau De Bruycker – De Brock. In 2020 voegden de architecten een nieuw volume toe, zonder de ziel van deze kustvilla te verliezen. “Dit is zo’n woning die je in het echt moet zien”, zegt hij. En dus staan we even later midden in de duinen naar de witte villa te kijken. Ik zie een mooi huis. Hij ziet vooral hoe alles samenkomt: oud en nieuw, natuur en cultuur.
De droomwoning van mijn broer
Onze laatste stop ligt opnieuw in Oostduinkerke, in de Gaupinlaan. We staan voor een bungalow uit de jaren vijftig, ontworpen door architect Jozef De Coninck. En een bijzonder weetje: Deconinck werkte als jonge architect mee aan de plannen van De Grote Post in Oostende. Dit is blijkbaar een huis waar mijn broer al jaren geregeld langs rijdt. “Hier zou ik ooit wel willen wonen.” Geen spectaculaire villa, geen glazen paleis, maar een bungalow die door haar eenvoud en relatie met de tuin precies goed zit. Het blauw doet aan de zee denken en ook hier lijkt het gebouw bijna helemaal op te gaan in zijn omgeving. Mijn broer kijkt naar het huis zoals hij naar alle andere parels van vandaag keek. Alleen zit er nu iets extra in zijn blik: een beetje verlangen.
Een kleine ontdekking
We rijden verder. Ik kijk uit het raam en zie plots overal architectuur. Een bijzondere gevel. Een oud huis dat nog net overeind blijft tussen alle grijze appartementen. Een daklijn die perfect aansluit bij de duinen. De kust die ik dacht te kennen, blijkt vol verrassingen te zitten. Je moet ze alleen leren zien.