Doorgaan naar content

“De geur van staal zit in mijn poriën”

Bekende Zeeparel Thomas Serruys

Bekende Zeeparels zijn niet zomaar Bekende Vlamingen – esthetiek zit in hun DNA. Voor deze interieur­ editie schuiven we aan bij ontwerper Thomas Serruys (40), letterlijk op een van zijn stalen stoelen. Zijn creaties reizen vanuit zijn Brugs atelier tot in Tokio en toch last de autodidact elk stuk nog zelf. In zijn museum van een bureau, vol vintage vondsten, staat zelfs de printer op een zuil van boeken, om toch maar het wifisignaal te halen. Zijn ontwerpen mogen dan rock-'n-roll zijn, zelf blijft hij opvallend nuchter. Wist je dat hij aan karate doet, niet zonder zijn AirPods kan en stiekem een Instagrampagina vol gietijzeren radiatoren bijhoudt? Tijd om te ontdekken wie Thomas Serruys is als de lasbril afgaat.

Hier ben ik nu mee bezig: Klassieke, soms vergeten interieurobjecten nieuw leven inblazen. Benoit en Bernard Dewitte van het gelijknamige sterrenrestaurant in Ouwegem vroegen me een kaaskar te ontwerpen. Kunstzinnig én functioneel: die combinatie triggerde me. Kort daarna volgde via wijnimporteur Van Hende een champagnekar voor champagnehuis Lanson.

Alternatieve carrière: Dat is net het fijne aan ontwerper zijn: er hangt geen vaste jobomschrijving aan vast. Stoelen, tafels of deurklinken: ik kan eender welke richting uitgaan. Ik zie wel waar het me brengt en blijf creëren zolang mijn lichaam mee wil. Niets heerlijker dan afgemat zijn na een hele dag lassen.

Onderweg: Maak ik van de gelegenheid gebruik om klanten te bellen, maar vooral om muziek te luisteren. Ik vind het dan ook helemaal niet erg dat ik niet naast mijn atelier woon, integendeel. De rit van Loppem naar Brugge is het ideale moment om iets nieuws te ontdekken op Spotify of Apple Music.

Beste uitvinding: AirPods. Tijdens het lassen draag ik een lashelm met een behoorlijk luidruchtig ventilatiesysteem. Dankzij active noise cancelling kan ik ondertussen toch rustig naar muziek of een podcast luisteren.

Favoriete vintagevondst: Mijn stukken van de Franse ontwerper Pierre Chapo. Vijftien jaar geleden handelde ik er veel in en gelukkig hield ik er enkele zelf. Toen kon ik ze nog rechtstreeks bij de eerste eigenaars thuis kopen, wat boeiende ontmoetingen en verteerbare prijzen opleverde. Vandaag geniet ik er nog altijd van: we gebruiken de meubels dagelijks.

Trotse verwezenlijking: Onze stukken duiken wereldwijd op, dankzij samenwerkingen met galerijen in Tokio, Zuid-Korea en Shanghai en architectenbureaus in New York, Parijs en Zürich. Het blijft fantastisch om plots via Instagram getagd te worden en ons werk terug te zien in een Japanse tuin of tijdens een Parijse modeshow van Etienne Russo, het Belgische brein achter tal van iconische modedefilés.

Het leukste aan mijn job: De vrijheid. Ik heb geen baas, bepaal mijn eigen tempo en ontwerp wat ik wil. Ook het vak leerde ik mezelf aan, met hulp van mijn mentor Wim, een smid, en tutorials op YouTube. Voor een cursus ben ik immers te ongeduldig. (lacht) Daarnaast vind ik het nog altijd bijzonder dat ik ideeën tastbaar kan maken.

Mijn belangrijkste ontwerp tot nu toe: De Shaped Pipe Chair. Ik zocht zes tuinstoelen die het hele jaar buiten konden blijven staan. Zo’n stoel kost al snel 300 à 400 euro per stuk, dus dacht ik: waarom dat budget niet gebruiken om zelf een prototype te ontwerpen en ontwikkelen? Het idee was eenvoudig: een stoel plooien uit één stalen buis. Ik postte vijftig genummerde exemplaren op Instagram en op amper twee weken tijd waren ze uitverkocht. Intussen staat de teller op 1.200, stuk voor stuk zelf gelast.

Mijn drijfveer: Dingen maken. Die fascinatie begon bij de gereedschapskoffer van mijn vader. Het idee dat je met zo’n koffer eender waar iets kon bouwen, vond ik fantastisch. Dat creatieve ei moet er nog altijd uit, hoe textbook dat ook klinkt.

In mijn vrije tijd: Ben ik vooral bezig met mijn gezin en Shotokan-karate. Daarnaast kocht ik opnieuw een motor. Misschien een vroege midlife–crisis? (lacht) Een paar vrienden hebben er intussen ook eentje, dus binnenkort trekken we met onze tent off-road door Frankrijk of Portugal. Mijn vrouw steunt me gelukkig in al mijn zotte plannen.

Laatste avondmaal: Een stuk tonijn, bleu chaud, bij een sterrenchef. Hespenrolletjes eet ik ook doodgraag, maar die kan ik elke avond eten. (lacht)

Favoriet restaurantinterieur: Geef mij maar een oude brasserie in de Marollen. Houten lambrisering, vaste banken en stevige tafels die al generaties meegaan. Ik hou van interieurs die de tand des tijds doorstaan.

Droomklant: Modeontwerper Yohji Yamamoto. Ik kijk enorm naar hem op en vind dat hij ongelooflijk veel smaak heeft.

Mijn droomgasten aan tafel: Bruce Lee, Louis de Funès en Marc Dessauvage, de architect in wiens huis ik nu woon. Of die drie genoeg raakvlakken hebben? Geen idee. (lacht) Aan Marc zou ik vooral vragen of hij blij is met onze restauraties en met hoe wij vandaag in zijn voormalig huis leven: een knap staaltje radicaal brutalisme in Loppem.

Favoriete quote: ‘You can’t fatten the pig on market day.’ Succes komt niet van de ene dag op de andere. Gewoon blijven doorgaan en elke dag een beetje winst boeken.

Lievelingsmuziek: New wave, progrock, italodisco, dark synth, fusion jazz en net zo goed een pianoconcert van Rachmaninov. Ik kan mij volledig in één genre verliezen. Vooral muzikanten die hun instrument meesterlijk beheersen en een heel eigen stijl hebben, fascineren me.

Laatste optreden: BEAT – de bandleden van progrockband King Crimson zonder frontman Robert Fripp – in het Koninklijk Circus in Brussel, samen met mijn vader en twee broers. Die muzikanten zijn tussen de zestig en tachtig jaar oud en staan daar nog altijd vol passie en présence. Zolang je blijft doen wat je graag doet, is leeftijd maar een nummer.

Spontane ontdekking: De Roeselaarse kunstschilder Kristof Santy. Voor de opening van mijn pas gerenoveerde atelier nodigde ik hem uit om zijn werk te tonen, toen nog vrij onbekend. Een belangrijke curator uit Los Angeles, die op doorreis was in Amsterdam, reed speciaal om naar Brugge om de tentoonstelling te bezoeken. Er verscheen een artikel in Juxtapoz Magazine en niet veel later brak Kristof helemaal door.

Dit intrigeert mij: De sporen die de tijd achterlaat. Van vervallen kasteelsites tot materialen die patineren. De zitting van mijn Rollmaster, een library chair, is bijvoorbeeld gemaakt van kokosmat, een materiaal dat normaal voor deurmatten wordt gebruikt. Niet ideaal voor collants. (lacht) Maar hoe meer het slijt, hoe mooier het wordt. Ik vraag me dan ook vaak af hoe mijn stoelen eruit zullen zien als een volgende generatie ze op zolder terugvindt.

Guilty pleasure: Niet één maar twee Diksmuidse boterkoeken bestellen wanneer ik een belegd broodje koop. Daarnaast beheer ik stiekem de Instagrampagina ravingradiators. Ik heb nu eenmaal een zwak voor gietijzeren radiatoren en ouderwetse verwarmingselementen.

Grootste angst: Dat mijn eigen bedrijf zo hard groeit dat ik promoveer naar een bureaustoel en mijn lasmasker definitief moet inruilen voor een Excel-sheet.

Ik krijg een krop in de keel van: Muziek en plekken uit mijn jeugd. Er twintig jaar later opnieuw staan en beseffen hoeveel tijd er voorbij is gegaan: die vergankelijkheid maakt me melancholisch.

Moeilijkste aan de liefde: Mijn vrouw en ik zijn zeventien jaar samen en voorlopig lukt dat heel goed. Niet blijven bokken, geen scenario's verzinnen en vooral snel relativeren. Vijftig stoelen lassen helpt trouwens ook. (lacht) Dan vergeet je alles.

Standaard in mijn koelkast: Spuitwater. Megasaai, maar ’s morgens meng ik het met de Indian Rooted Tangy Blast van het Belgische OYE YAAR, een mix van gember en kurkuma. De perfecte energieboost.

Favoriete geur: Naast de klassiekers van gemaaid gras, lavendelvelden en hars in een sparrenbos toch ook staal en machinevet. Na een werkdag zit die geur zelfs in mijn poriën.

Favoriete geluid: Dat van de nacht. Ik slaap zomer en winter met het raam open. Zodra de zon ondergaat, verandert het omgevingsgeluid. Moeilijk te omschrijven, maar ik hoor dat enorm graag.

Ideale zondag: Naar de bakker, de karatetraining en een expo of kunstenfestival met mijn vrouw én kinderen. Ik vind het belangrijk om ze al vroeg met kunst in aanraking te brengen.

Tekst: Isabeau Verbist - Foto's: Carolle Servayge
Ik wil ook m'n verhaal in De Zeeparel!

Deel dit artikel gekopieerd

  • https://zeeparel.be/magazines/interieur-2026/de-geur-van-staal-zit-in-mijn-porien

Misschien vind je deze artikels ook interessant.