Tweeënhalf jaar fietsloos wonen in een grootstad die op pedalen draait, en toch kent Fien Soens (30) er de heerlijkste eetadresjes. De Waregemse, die ook Nieuwpoort als haar broekzak kent, verhuisde bijna vijf jaar geleden met haar vriend PJ Vandamme naar Amsterdam. Uitnodigend en spontaan zoals ze is, gidst ze ons meteen digitaal rond in haar appartement, met als kers op de taart: het dakterras, uitkijkend op haar favoriete koffiespot. Fien werkt voor abonnementsplatform Parfumado, runt haar eigen contentstudio A Visual Feast én serveert samen met PJ Plated, hun Instagram-stadsgids. Al na één minuut is het duidelijk: Fien is een wandelend reclamebord en bovenal iemand met een feilloze smaak voor alles wat mooi én lekker is.
Lockdown à la carte
Het plan was een jaar rondreizen na hun studies, tot corona roet in het eten gooide. “In Gent settelen wilden we echter niet. Na zeven jaar hadden we honger naar meer.” Londen en Parijs stonden op het menu, maar Amsterdam bleek de meest logische keuze om de lockdowns uit te zitten: dezelfde taal, op amper tweeënhalf uur rijden. “Het voelde nooit als een sprong in het diepe, eerder als het perfecte no-strings-attached-moment. We kenden de stad amper, maar onze liefde blijft groeien.” Zo werd hun éénjarig avontuur eentje zonder einddatum, al heeft verhuizen naar een buurland ook zijn keerzijde. “Door de nabijheid worden we overal verwacht, waardoor we heel wat weekends in de auto zitten. Intussen hebben we elke podcast al beluisterd”, grapt ze. Vorig jaar koos het duo dan ook voor een Amsterdamse zomer: acht weken thuis, zonder verplichtingen. “Verbinding is belangrijk voor mij, maar grenzen stellen is soms nodig.”
Heimwee in een glas picon
Nederlanders hebben volgens Fien het hart op de tong. “Zelf ben ik ook een open boek, dus dat kan ik wel smaken. Die Amsterdamse gemoedelijkheid zorgde ervoor dat ik me hier snel welkom voelde.” Tegelijk is ze de West-Vlaamse bescheidenheid opnieuw gaan koesteren. “Onze nuchterheid blijft iets moois hebben. Het beste zit ergens in het midden.” Op de vraag wat ze nog mist aan België hoeft ze niet lang te kauwen. “Picon vin blanc”, lacht ze. “Het liefst in een bruin café, na een zondagse wandeling in het groene Tiegem, waar PJ is opgegroeid.” Voor de rest is heimwee zeldzaam. “Mochten we echt iets missen, dan keerden we al lang terug. We slagen er ook wel in om alle ballen in de lucht te houden. Zo zie ik mijn ouders minstens één keer per maand.”
Oud-West, thuis best
Het koppel woont in de Oud-West-wijk: even bruisend als De Pijp, maar met meer dorpsgevoel, op wandelafstand van het centrum. “Wij blijven vaak een heel weekend in onze driehoek van vijftien straten.” Hun eerste appartement lag in de Ten Katestraat, boven Bar Centraal, waar de dag begon met de markt. “Vis bij Mohammed, bloemen bij Abraham en knopen bij Ben, waar ik zelfs even bijgeklust heb. Dé manier om locals te ontmoeten.” Toen ze in 2024 moesten verhuizen omdat hun huisbazin het pand wilde verkopen, weigerden ze mee te gaan in de massale bezichtigingen en overbiedingen. Rustig blijven bleek de sleutel tot succes. “Plots besefte ik dat ik iemand kende met exact het appartement dat we zochten. Toeval of niet: hij had de dag voordien net elders getekend.” Hun geduld bracht hen twee straten verder, met een logeerkamer, een bad en zelfs een dakterras met zicht op een gracht, een plein en de Westerkerk. “Onze gasten hoeven niet langer op een matras op de vloer te slapen.”
Adresjes à volonté
Fien heeft een neus voor hotspots, wat in maart uitmondde in een eigen online stadsgids. “We kregen zó veel bezoek dat we onze favoriete adressen besloten te bundelen. Ons Google-document werd al snel een wirwar van vierhonderd tips”, lacht ze. “Tegelijk had ik van elke plek wel zo’n vijftien foto’s. Mijn eerste reactie op schoonheid of smaak is altijd dezelfde: camera.” Zo ontstond de Instagrampagina Plated: Fien serveert er de hotspots, PJ de recepten. “Voor de gemiddelde yup – Young Urban Professional – die graag uit eten gaat, maar thuis net zo goed iets gezonds, betaalbaars en stijlvols wil serveren.” Meest gedeeld? Ikaria, een koffiekiosk op een pleintje vlakbij. “Voor mij de beste koffie én geroosterde bananenbrood. Ik herinner mij nog altijd mijn eerste hap. Ik was zodanig afgeleid en rond mij aan het kijken dat ik bijna tegen een fietser aanliep. ‘Geeft niet, geniet van je dag’, zei hij. Sindsdien noem ik Amsterdam altijd Disneyland.”
Magazines, reggaedub en tafelen
Inspiratie haalt Fien uit veel dingen, maar eerst en vooral uit zichzelf. “De meest originele ideeën zitten al in je, zolang je maar de tijd neemt om ernaar te luisteren. Dat lukt mij het best in een cabin in de Ardennen.” Daar kan ze haar hoofd pas echt leegmaken. “Ik stel ons bestaan soms te veel in vraag. Esthetiek helpt mij om minder na te denken en mij meer te verwonderen.” Zo heeft ze maar liefst 145 Pinterest-borden en houdt ze daarnaast nog een ‘digital garden’ bij op haar telefoon, vol citaten, beelden en notities. “Om dan toch even ‘offline’ te gaan, maak ik ook papieren moodboards. Zelfs mijn salontafel bestaat uit twee stapels tijdschriften – een erfenis uit de wachtzaal van mijn papa, die huisarts is.” Muziek en tafelen voeden haar het meest. “Na een avondje dansen op reggaedub voel ik mij volledig gereset, maar evengoed na een etentje. Gesprekken gaan vaak over het verleden of de toekomst, maar samen proeven brengt ons in het nu.”
Hapklare tips
Ontbijt: Voor mij begint de dag met een stevige Americano. Heb ik toch nood aan iets meer, dan kies ik voor Ikaria’s bananenbrood, geserveerd met Griekse yoghurt en verse banaan. Simpel, maar next level lekker.
Lunch: Lang tafelen op zondagmiddag doe ik het liefst bij Café Parlotte in de Jordaan, met hun klein maar fijne gerechten en goede wijn. Ik heb mij trouwens laten vertellen dat Amsterdamse chefs hier zelf graag aanschuiven.
Diner: Boon & de Koot is dé ontdekking van 2025. De zaak is van dezelfde uitbaters als De Zoldering, het met een Michelinster bekroonde restaurant. Dezelfde diepgang en smaak, maar dan aan zachtere prijzen.
Bar: Paindemie, om onze hoek. Vanbinnen lijkt het op een oud Japans metrostation, met witte tegels, vaste zitbanken en neonlichten. Boven schuilt echter een kleine speakeasybar, waar ze toast op zilveren schalen serveren, met frieten en cocktails. Trashy én fancy tegelijk.
Kledij: Vorig jaar opende Nude Project een winkel in de Leidsestraat, precies een kunstgalerij. Elke ruimte is namelijk geïnspireerd op een film van Stanley Kubrick, met als blikvanger een surrealistische, kleurrijke plafondschildering van Pedro Hoz. Volledig mijn ding.
Interieur: Tableware is een klein winkeltje in de Jordaan, gevuld met vintage servies van over de hele wereld. Stap voorzichtig naar binnen – één verkeerde beweging en je hebt glaswerk mee – maar laat je vooral meeslepen door hun prachtige collectie.
Park: Cliché, maar het Vondelpark. Vol gezellige hoekjes, een bloementuin en in het midden ’t Blauwe Theehuis, waar je een pintje kan drinken op hun prachtig terras.
Museum: Het Rijksmuseum. Opnieuw cliché, maar de collectie is zo gigantisch dat andere musea erbij verbleken. Je wandelt of fietst (!) er letterlijk door de geschiedenis. Ultieme tip: ga alleen, op je eigen tempo.
Straat: Spiegelgracht. Fiets rechtdoor vanaf het Rijksmuseum en je komt erop uit. In de winter worden de bomen langs beide kanten verlicht – pure magie. Erachter lonkt de Spiegelstraat, vol vintagewinkels.
Zelf nog af te vinken: Moyō (bij Paindemie), een intiem tastingmenu met wagyu en toro (tonijn), geserveerd via een goederenlift. En ook Wonton: verse noedels voor je neus gedraaid, met beef ribs die veertien uur gegaard zijn.